Imprimer

Het verkondigen van de waarheid kan levens veranderen!... Niet het naar de mond praten, niet het haalbaar maken van het Woord van God, maar de hoge eis van het Woord van God voor ons: alleen dat heeft de kracht om door alle miserie en gebrokenheid heen uitzicht te krijgen op Gods bedoeling met ons leven…

Ik heb het zelf mogen ervaren en ik ben er heel dankbaar om… Want ik heb die Waarheid voor het eerst gehoord toen ik zelf al 10 jaar gescheiden was en ze heeft mijn leven veranderd!... Ik ben nog steeds voor de wet gescheiden, zoals dat heet, maar ik beschouw mezelf als gehuwd voor God en voor de Kerk, en ik blijf trouw aan mijn ja-woord aan mijn man, ook al zijn wij al 28 jaar gescheiden na een stukgelopen huwelijk van 8 jaar…

 

Toen ik dus al 10 jaar alleen was met onze twee kinderen, was ik op zoek… Op zoek naar de Liefde van God, maar voor onze echtscheiding was ik beschaamd. Toen was dat nog zo: gescheiden zijn was toen nog niet zo algemeen aanvaard als tegenwoordig. Wij waren allebei de “eerste’ in onze beide families, ik was de eerste in mijn collegakring in een katholieke school, ik voelde mij gefaald en was beschaamd omdat ik zelf niet in staat was gebleken mijn eigen ideaal te verwezenlijken… tegen mijn geloof in. Want ik geloofde dat God met het huwelijk een groots ideaal voor ogen had, en ik zat met vragen hoe Hij nu over me dacht omdat ik zo gefaald had. Mijn leven leek in grote tegenspraak met wat ik gehoopt had en wat ik geloofde.

Tot mijn verbazing – ik was toen 33 jaar – heeft zelfs een priester tegen mij gezegd, zonder dat ik daar naar vroeg: “Gij gaat nog wel iemand ontmoeten en ge zult nog wel opnieuw huwen, want gij zijt veel te jong om alleen te blijven…”. Tot mijn verbazing, want ik had geen enkele gedachte of bekommernis of vraag in die richting uitgesproken. Het was blijkbaar alleen maar als een welwillende vriendelijke tegemoetkoming bedoeld. Waarschijnlijk omdat hij dacht of het vanzelfsprekend vond dat dat mijn eerste prioriteit was: “hoe kom ik de eenzaamheid door, en hoe geef ik weer zin aan mijn leven?”

En toen zat ik, behalve met die schaamte om de mislukking, opeens met een serieuze vraag: “ik dacht toch dat als ge voor de Kerk gehuwd zijt, dat ge niet kunt of niet moogt hertrouwen?” Maar ik was toen te jong en te onervaren, om dat te durven uitspreken. Wie was ik om de puntjes op de i te durven zetten tegen een priester? En bovendien dacht ik: misschien is dat ondertussen allemaal veranderd? En ik durfde er niet eens naar vragen. Niet, dat die mogelijkheid mij direct interesseerde, maar ik kon mij gewoon niet voorstellen dat een priester iets zou suggereren, wat niet tot de leer van Kerk behoorde. En nu weet dat ik daar toen onvoorstelbaar weinig van wist. Ik wist bijvoorbeeld niet, dat aan hertrouwde echtgescheidenen gevraagd werd om niet te communie te gaan. Want daar werd nooit over gepredikt ’s zondags en ik had toen uit mezelf geen enkele poging gedaan om mij daarover te informeren. Waarom zou ik trouwens?

En ook in mijn omgeving, kreeg ik na verloop van tijd vriendelijke aanwijzingen in die richting: “denkt ge nog niet aan hertrouwen”?... Een vraag die mij altijd onbehaaglijk maakte, omdat ze ervan uitging dat ik na een echtscheiding niet meer kon gelukkig zijn, als ik alleen bleef…

Ik heb dit verteld als illustratie bij de vraag die ik daarstraks stelde: wie heeft bij al die gebrokenheid en al die pijn van de uiteen gevallen gezinnen, - ook in gelovige middens - de moed om de waarheid te zeggen?... 

Een woord van waarheid in het Evangelie van Jezus Zelf

Er staat in het evangelie een prachtig verhaal, dat ik hier graag samen met u wil herlezen:  het gesprek van Jezus met de Samaritaanse bij de put van Jacob: 

Joh 4: 7-42

Het is een heel rijke tekst en er valt veel over te zeggen, maar ik beperk me tot één aspect dat ik wil belichten. Jezus begint met haar te spreken over de geestelijke dingen die Hij haar wil geven, Ze heeft daar duidelijk nog geen weet van heeft: levend water dat in haar kan opborrelen…  Maar Jezus ként haar en weet álles: dat ze al vijf mannen gehad heeft en dat ze nu gewoon samenleeft met een zesde man, en het is zijn bedoeling haar te redden! Daarvoor is het nodig dat zij Hem erkent als haar Redder!... Kijk nu hoe fijngevoelig Hij het aanpaktHij gooit het haar niet plompverloren voor haar voeten, hij bruskeert haar niet, hij maakt haar geen enkel verwijt, Hij gaat heel omzichtig te werk.  Hij wil haar er in dit geestelijk gesprek immers toe brengen om te erkennen dat ze in zonde leeft.  De geestelijke gaven die Hij aanbiedt, begrijpt ze nog niet, maar ze is wél ontvankelijk, want ze wil meteen van dat wonderwater van die vreemde Jood, zodat ze niet meer moet komen putten met haar emmer.  Jezus snijdt het thema fijngevoelig aan: “Ga uw man halen”… En onmiddellijk erkent die vrouw dat ze niet leeft, zoals de wet van Mozes voorschrijft. M.a.w. haar hart staat open voor de waarheid!... En aldus geeft ze aan Jezus de gelegenheid om nog een stapje verder te gaan met haar. Hij prijst haar om haar oprechtheid, en vat de waarheid van haar leven in een paar woorden samen:Dat zegt ge terecht, dat ge geen man hebt, want vijf mannen hebt ge gehad, en die ge nu hebt, is uw man niet.’ 

De vrouw is verbijsterd, maar omdat ze zo ontvankelijk is, erkent ze meteen dat Hij een “profeet” is, omdat, zoals ze het later zelf zegt, “Hij haaralles wist te vertellen wat ze gedaan had”… En Jezus wil haar nog verder brengen, ze gaat immers helemaal mee, ze biedt geen weerstand tegen de waarheid. Op de aanwijzing van Jezus dat er een “Redder” – in het Hebreeuws “Messias”, - wat veel méér is dan een profeet -, moet komen uit de Joden, erkent zij meteen: “Als die Messias er is, zal Hij ons alles verkondigen”… Dat is blijkbaar voor haar het criterium om die lang verwachte Messias te kunnen herkennen: dat Hij ons tot de volle waarheid over onszelf zal brengen…  Nog één Woord van Jezus volstaat dan voor de doorbraak in haar hart, en Hij wéét het: “Dat ben Ik, die nu met u spreekt”. We kennen de kracht van de “Ik ben”-woorden van Jezus… Meteen loopt ze naar de stad om te gaan verkondigen dat ze de Messias gevonden heeft, en ze spoort de Samaritanen aan om naar Hem te gaan luisteren! En er staat dat velen tot geloof kwamen in Jezus, toen ze zelf ook naar Hem gaan luisteren waren, en ze zeiden tot de vrouw: “Nu geloven we niet meer op grond van wat gij verteld hebt; we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we: Hij is werkelijk de Redder van de wereld.’

Ik denk dat het een mooi voorbeeld is uit het Evangelie zelf, van de enorme vruchtbaarheid van een woord van waarheid op het juiste moment. Jezus had, uit bekommernis om haar te kwetsen, ervoor kunnen kiezen om niets te zeggen over haar persoonlijk leven, om zoals dat heet “geen oordeel te vellen”…  Dat doet Hij niet, maar stapje voor stapje brengt Hij haar ertoe om heel liefdevol, juist langs wat er mis is in haar leven, tot de volle waarheid te brengen over Wie Hij is… En ze gaat meteen evangeliseren… En dat doet ze zó sterk, dat op haar getuigenis nog vele anderen – nog wel Samaritanen – ertoe komen Hem te erkennen als de “Redder van de wereld”… Welk een uitzonderlijke en sterke vruchtbaarheid voor het Koninkrijk van God!... 

En dat, door één woord van waarheid… 

Getuigenis

Ik zou hier een getuigenis willen voorlezen van een vrouw die net als ikzelf, na haar echtscheiding jaren heel oprecht op zoek is geweest naar wat God verder met haar leven voorhad. Ze heeft haar geestelijk avontuur opgetekend en gepubliceerd in het Frans.  Daar bestaat een volkse uitdrukking “Un de perdu, dix de retrouvé”. Het wordt gebruikt als goedkope troost voor iemand wiens liefje het heeft uitgemaakt, en het betekent dan zoiets als “als je hem (of haar) kwijt bent, dan staan er wel tien in de plaats”… 

De titel van haar boekje is een goed gevonden woordspeling op die uitdrukking: “Un de perdu… Dieu de retrouvé”.  

Vrij vertaald:  “Mijn man ben ik kwijt geraakt, maar ik heb God in de plaats gekregen.” 

Ik heb het volgend fragment eruit gekozen, omdat het belicht waar ik het vandaag wou over hebben: de noodzaak van een woord van waarheid, als iemand zich in moeilijke omstandigheden bevindt en op zoek is naar wat God wil: 

“Hoezeer heb ik nood gehad aan hartelijke troost van familie en vrienden, maar nog veel méér wou ik, om weer terug wat uitzicht te krijgen op mijn toekomst dat priesters me wilden begeleiden, omwille van en dóórheen alle moeilijkheden, naar God toe, zodat ik Zijn barmhartigheid en Zijn grote Liefde voor mij in deze omstandigheden beter zou kunnen begrijpen, er meer zou kunnen intreden, maar binnen de veeleisendheid van zijn geboden. (…)"

"Wat ik verwachtte van de priesters die God op mijn weg plaatste, is dat ze me zouden helpen om klaar te zien in wat God van me verwachtte, nu ik gescheiden was, dat ze me zouden helpen mij onophoudelijk naar Hem te keren, dat ze me zouden leren om mét Jezus en vóór Hem te leven, om te doen wat Hij nu van me verwachtte om aan zijn Wet te beantwoorden, die een Wet van liefde is.  Ik verwachtte van hen dat ze de waarheid zouden zeggen, d.w.z. dat ze me zouden spreken over Hem, op wie zij zelf hun leven gebouwd hebben, Hij die gezegd heeft “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” En ik verwachtte niet dat me dat plezier zou doen, meer zelfs: ik was er zeker van dat het me niet direct plezier zou doen, dat het van een andere orde was, maar ik had onthouden: “de Waarheid zal u vrij maken”, en die vrijheid wou ik kennen, ook al begreep ik niet helemaal wat dat woord precies betekent en wat ik er dan mee zou kunnen doen, nu ik opnieuw alleen was.  Maar ik wou het weten, alleen steunend op het geloof."

"Als je verschrikkelijk geleden hebt onder voortdurende misverstanden, en nadien door de pijn van een scheiding bent gegaan, ga je toch niet denken dat wij schrik zouden hebben van een woord van waarheid, als het maar opnieuw naar het geluk voert!...  De enige grote schrik die je hebt in de periode vlak na de echtscheiding is om opnieuw ongelukkig te worden, om opnieuw een grote vergissing te begaan, omdat we niet meer goed weten hoe en waar we naartoe moeten, en om nog eens opnieuw zoveel pijn te hebben.  Het is een woord van waarheid dat we nodig hebben, omdat we vreselijk belogen zijn, een woord van liefde, de liefde waar we zo naar gehunkerd hebben, een zékere weg, omdat we bang zijn opnieuw vast te lopen op een dwaalspoor.  Meestal zijn we dan ook op een leeftijd waarop we niet meer zoveel recht hebben om ons nog eens te vergissen, ons leven is er ondertussen immers ook niet korter op geworden... En bovenal, we willen breken met het kwaad, het uitbannen uit ons leven en weer wat greep krijgen op ons leven met de anderen, die we door alle ellende die we hebben meegemaakt, verwaarloosd hebben en misschien zelfs gekwetst.  Gelukkig helpt de zorg en de verantwoordelijkheid voor onze kinderen ons om voor onszelf alleszins de meest zekere en juiste weg te willen nemen."

"Ik wil hier niemand met de vinger wijzen of een steen werpen naar degenen die een andere keuze maken en die opnieuw willen beginnen met iemand anders. Oh God, nee, hoe zou ik dat kunnen, maar van een priester verwacht ik dat hij de moed heeft om zonder omwegen te zeggen wat God van mij verwacht, zonder Hem tegen te spreken of te denken dat hij iets anders mag zeggen dan wat God van me wil, of nog erger, dat hij zou zeggen dat God Zich kan vergissen…"

"De Leer in twijfel trekken, het Woord in vraag stellen, weigeren om de tijdloosheid van Gods Woord te beklemtonen door te zeggen dat de tijden veranderd zijn, dat verhindert de gelovigen om al hun vertrouwen op God te plaatsen en het verhindert dat ze de weg vinden, waaraan ze uit zichzelf misschien niet meteen zouden denken: de weg van trouw aan de echtgenoot die ons in de steek heeft gelaten.  Is het immers niet wáár dat God ons geluk wil?  Is die zekerheid dan geen voldoende garantie?  En des te meer omdat wij zelf ook wel weten dat Hij ons daartoe niet gaat dwingen: God laat ons vrij, dus waarvoor zouden we dan bang zijn?  Maar die vrijheid is er pas als we alle sleutels in handen hebben.  Als dus de priester aan wie de Heer de sleutels van het Koninkrijk heeft gegeven en de macht om te binden en te ontbinden op aarde dat niet doet, wie moet het dan wel doen?  Natuurlijk is hij een mens met een hart, en als herder lijdt hij mee met de pijn van zijn kudde, maar een oprecht en hartelijk medeleven met het menselijk leed hoeft een woord van waarheid niet in de weg te staan.  Priesters hebben toch uit eigen vrije wil hun eigen gewijd celibaat, dat Jezus van hen verlangt, aanvaard?  Waarom zouden ze dan vrezen dat anderen dat niet aankunnen? "

Tot hier dit indringend citaat uit het boek van Marie-Claire Germain

Uit: “Un de perdu… Dieu de retrouvé” ISBN 2-85652-327-7, 2012 (p.48-51)

Jeanine Gilis