Imprimer

Ik zou het thema van die nieuwe vruchtbaarheid wat willen uitdiepen en het ook wat concreter willen maken.

We weten allemaal dat het leven lang niet altijd verloopt zoals we zelf zouden willen of dromen of zoals we ons voorstellen dat het zou moeten. Het hoeft nog niet eens een echtscheiding te zijn; iedereen kan zich wel een of andere ingrijpende gebeurtenis voorstellen die je leven overhoop haalt en een dikke streep haalt over wat je je had voorgesteld over je toekomst: een ongeval, een overlijden van een partner of van een kind. Het is een breekpunt in een mensenleven, of zoals dat genoemd wordt: een kruispuntervaring…

Behalve het feit dat zo’n gebeurtenis veel vragen in je losmaakt waarop geen antwoorden komen, moet je dan verder met je leven, op een andere manier dan je bezig was. Willen of niet, je hebt geen keuze… lijkt het. Tegen Petrus zei Jezus: “Toen ge jong waart, deedt ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar als ge oud geworden zijt, zal een ander u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt…’ Ja, dat gebeurt toch vaak: dat het leven ons brengt, waarheen we niet willen? We komen dan in een situatie terecht waarvoor we uit onszelf nooit zouden kiezen. Je kan dan niet meer achteruit, het is een “point of no return”, en je weet niet hoe je vooruit moet. Dan hebben we toch geen keuze? Behalve lijdzaam ondergaan? Of wel?Jezus heeft er in Getsemane ook mee geworsteld “Vader, indien het mogelijk is, laat deze kelk aan Mij voorbijgaan”. Maar uiteindelijk: “Niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt.” en Hij heeft het volledig vrij aanvaard. Tegen zijn apostelen was Híj degene die dan resoluut zei: “Komt, laten we gaan”. En reeds vroeger had Hij aangekondigd: “Niemand neemt Mij mijn leven af, Ik geef het uit mezelf.” Hij heeft van zijn lijden een vrijwillige gave gemaakt, een “welriekende offergave”… uit liefde.

Getuigenis

Ik wil hier nog een paar passages aanhalen uit het getuigenis van Marie-Claire Germain:

Na verloop van tijd heb ik ingezien dat je wél moet spreken over het lijden, niet om het van je af te schrijven, maar omdat je de zin ervan begint te zien en de vrucht die het kan dragen. Niet alleen voor zichzelf, maar precies ook voor ànderen. In mijn begeleiding had ik al vaak gehoord, dat je je lijden aan de Heer moet geven om het vruchtbaar te maken, en ik heb tijd nodig gehad om dat te verwerken en dat in te zien. En op een nacht heb ik opeens begrepen dat ik nog een zware strijd zou moeten doormaken, als ik mijn negatieve gevoelens de overhand zou laten nemen en dat ik dan in een negatieve spiraal van wanhoop en wrok zou terechtkomen.

En toen heb ik opeens de kracht gekregen om heel die zware last van pijn en lijden aan de Heer te geven in de overtuiging dat Hij er iets zou mee doén - ik citeer - “voor ergens een vrouw die nog meer leed dan ikzelf.” Ik herinner me dat ik het toen letterlijk zo geformuleerd had in mijn gebed. ’s Anderendaags, vóór de mis, nam onze pastoor me even apart. Hij kende mijn band met de Gemeenschap Onze Lieve Vrouw van het Verbond en hij zei me dat hij me na de mis een vrouw zou voorstellen, die in een zware huwelijkscrisis zat en die dringend een luisterend oor nodig had en iemand om haar door deze moeilijke periode heen te loodsen. Ik was verbaasd maar ook gelukkig dat mijn gebed zo meteen verhoord was, en sindsdien twijfel ik er geen moment meer aan, dat ons lijden dat wij aanbieden met heel onze vrije wil, altijd vruchtbaar is voor anderen. Verwonderlijk, zonder twijfel, maar het is de waarheid van ons geloof.”

(“Un de perdu… Dieu de retrouvé” p.41-42)

Op een andere plaats schrijft ze:

Ik heb me vanaf het begin altijd vastgeklampt aan een paar geloofswaarheden, die fungeerden als mijn reddingsboeien op momenten van grote nood. Ik heb ze altijd aangenomen zonder te begrijpen, in een acte van geloof, een acte van groot vertrouwen en van overgave. Een daarvan was: “Als God een kwaad of een leed toelaat, is het altijd om daar een veel groter goed van te maken.” Ook al voelde ik me in het begin heel beklemd als ik dat wou geloven, ik zag toch in dat dat wáár moest zijn, want dat onze God, die Liefde is, toch niet verantwoordelijk kon zijn voor al het kwaad dat er was en dat Hij van het kwaad dat ons overkomt, iets goeds zou kunnen maken, juist omdat Hij God is. Het is eigenlijk verschrikkelijk om dat toe te geven, en het stuit waarschijnlijk ook tegen de borst van degenen die niet uit het dilemma raken van de schijnbare tegenstrijdigheid tussen het zichtbare bestaan van het kwaad dat in onze wereld aan het werk is, en de realiteit van het bestaan van God, die almachtig zou zijn en toch niet in staat lijkt om het lijden uit te schakelen… Die paradox heeft voor mij nooit zin gehad. Wat ik toen nog niet wist, is dat Hij er iets goeds zou van maken voor mezelf en ook voor anderen. En waarom ook niet: dus ook voor mijn man?Ook al waren wij uiteen? Ik herinner me nog wat een priester eens tegen me zei: ‘God gaat heel kwistig om met Zijn genaden’. Hij deelt ze overvloedig uit zonder te tellen. Maar het is aan ons om die genaden te zien en ze aan te nemen.” (p.37-38)

En nog op een andere plaats: 

Wat vandaag mijn geluk uitmaakt – al kost het soms ook wel strijd – is de vaste wil om lief te hebben, om te blijven beminnen, hoe dan ook en zelfs zonder lichamelijke liefde. Wat in het huwelijk telt, is beminnen, niet alleen en in het bijzonder in de lichamelijke vereniging die uiteraard de volheid van de roeping van de echtgenoten is. Maar liefde kan zich ook anders uitdrukken. En dat is het enige wat ik wou: dóórgaan met beminnen, ook al wordt mijn liefde niet meer beantwoord. Zoals ik onlangs hoorde in een homilie op een huwelijk: “Ik beslis vandaag om lief te hebben, of je het wil of niet, of je het weet of niet, ik beslis om te beminnen of je het verdient of niet…” Het was hartverscheurend om te horen en te laten doordringen, maar ik had opeens die kracht in me. Ik kan me voorstellen dat zo’n woorden veel weerstand kunnen oproepen in onze tijd, maar dit was precies wat ik wilde…” (p.50-51)

Dóórgaan met beminnen dus, ook al wordt die liefde niet meer beantwoord…

Is dat geen heroïsme?... Vanuit menselijk oogpunt, met onze louter menselijke mogelijkheden en beperkingen, lijkt het erop. Het is immers veel normaler en natuurlijker om altijd met gelijke munt te betalen: als gij mij niet meer wilt beminnen, dan zet ik er ook een punt achter. Als gij mij de rug toekeert, ik ook dan. Als gij mij ontrouw zijt, dan heb ik ook dat recht. Als gij mij in de steek laat, dan ben ik ook terug vrij… Zo kennen wij onszelf, zo zitten wij in elkaar. Dat zijn de condities en de maatstaven van onze menselijke liefde. Méér kunnen wij niet aan, daartoe zijn wij niet in staat… Bij ons raakt immers de wijn op, zoals op de bruiloft in Ka na. Maar Jezus is gekomen, juist om ons te leren dat wij mét Hem, tot veel méér in staat zijn! En dat het precies dat méér is, dat van Hém komt, dat onze gekwetste liefde vruchtbaar maakt... “Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, zal veel vruchten dragen, de een 30, de ander 60 en nog een ander 100-voudig…”

Alleen Zijn Liefde is onuitputtelijk, die kent geen menselijke grenzen. Die wil dat àlle mensen gered worden: ook degenen die ons pijn doen, die ons het leven moeilijk maken, die zelfs ons leven overhoop halen. “Als gij alleen bemint, wie ú beminnen, wat voor recht op loon hebt gij dan? Doen ook de heidenen dat niet?” zei Jezus.

Daarom nodigt Hij ons uit om onze beperkte menselijke liefde aan te sluiten op de Bron van alle Liefde, die op het Kruis uit Zijn doorboorde Hart is gestroomd… Zonder Hém houdt onze liefde op als ze pijnlijk verwond wordt, zonder Hém zijn wij niet in staat om te blijven beminnen, als we de rug worden toegekeerd. “Blijft in Mij, zoals Ik in u, want los van Mij kunt gij niets…”.

Zoals uitgedroogde akkers weer tot leven kunnen komen, als de nabijgelegen kleine stroompjes weer overvloedig gevoed worden vanuit de grote brede rivier, die onophoudelijk blijft stromen… zo kunnen we kostbare medewerkers worden in de wijngaard van de Heer.

Evangelie

Doe maar wat Hij u zeggen zal,” zei Maria…

Ik wil hier graag een onderricht met u delen, dat we tijdens een recollectie eens kregen van een jonge priester van de broeders van Sint-Jan. Het was voor mij een heel nieuwe belichting, die mijn blik op de vruchtbaarheid van ons leven enorm verdiept heeft. Hij stelde ons voor om het Evangelie van de Bruiloft van Kana met nieuwe ogen te lezen. Precies omdat wij met pijn terugdachten aan ons eigen bruiloftsfeest.

 Joh 2, [1] Op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. [2] Ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. [3] Toen de wijn opraakte, zei de moeder van Jezus tot Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ [4] Jezus zei tot haar: ‘Vrouw, is dat soms uw zaak? Mijn uur is nog niet gekomen.’ [5] Zijn moeder zei tegen de dienaars: ‘ Doe maar wat Hij u zeggen zal.’ 

[6] Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik van de Joden zes stenen kruiken, elk met een inhoud van twee of drie metreten*. [7] Jezus zei hun: ‘Doe die kruiken vol water,’. Ze vulden ze tot bovenaan toe. [8] Daarop zei Hij hun: ‘Schep er nu wat uit en breng het naar de tafelmeester.’ Datdeden ze. [9] en zodra de tafelmeester het water proefde dat in wijn veranderd was, (hij wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het wél), riep hij de bruidegom [10] en zei hem: ‘Iedereen zet toch eerst de goede wijn voor, en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de mindere. Maar u hebt de goede wijn tot nu toe bewaard!’

In zijn belichting van dit Evangelie, zei de pater tegen ons: “Jullie hebben dit evangelie waarschijnlijk al vaak horen uitleggen, meestal als:

Het eerste wonder van Jezus

Het begin van Jezus zijn openbaar leven

De bijzondere rol van Maria, die ongevraagd te hulp schiet als de wijn opraakt.

Jezus die Zich door Maria laat aansporen om dit bruiloftsmaal niet te laten mislukken.

Maar ik zou vandaag dit Evangelie eens vanuit een nieuwe hoek willen belichten. Want ik weet dat het precies dat laatste is, wat jullie pijn doet als gelovigen die een echtelijke mislukking hebben meegemaakt. Jullie zien de vreugde van het bruiloftspaar en van de feestvierders als het water in wijn is veranderd en jullie voelen de pijn van jullie eigen mislukking. Maar vandaag wil ik hier juist een zinnetje uithalen, dat er zelfs speciaal voor jullie lijkt in te staan!... Het staat nog wel tussen haakjes, en voor de oppervlakkige toeschouwers lijkt het dus zelfs facultatief of overbodig.

Het is het zinnetje “de tafelmeesterwist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het wél.”

Als jullie niet meer de vreugde kunnen voelen van de bruid of de bruidegom op dit bruiloftsmaal, en als de herinnering eraan zelfs pijn doet, dan moet jullie vreugde van elders komen. En daarvoor is het goed u te verplaatsen in één van de dienaars. Zij zijn daar opdat alles voor iedereen goed zou verlopen. Ze feesten zelf niet mee, maar werken op de achtergrond.

De feestvierders en het bruiloftspaar merken niet eens dat de wijn dreigt op te raken, maar Maria, de moeder van Jezus, ziet het. Maria heeft oog voor het geheel. Zij ziet veel verder. Zij ziet wat er nodig is opdat iedereen in het verhaal een volkomen vreugde zou kunnen ervaren: niet alleen het bruiloftspaar en de feestvierders, maar ook de tafelmeester en zelfs op een heel bijzondere manier de dienaars die geen deel hebben aan het eigenlijke feest. Die er alleen maar zijn om in alle bescheidenheid op de achtergrond ten dienste te staan van de anderen. Maria ziet wat er kan gebeuren, als zij doen wat Jezus hen zal zeggen. En dus wendt zij zich speciaal tot jullie die niet aanzitten, of niet méér aanzitten aan het feest en ze zegt: “Doe maar wat Jezus jullie zeggen zal”.

En wàt zegt Jezus tegen de dienaars?... “Doe die kruiken vol water” en ook “Schep er nu wat uit en breng het naar de tafelmeester”. En er staat tot tweemaal toe: “Dat deden ze”. Ze stellen geen vragen, ze maken geen bedenkingen, ze doen heel gewoon wat Jezus vraagt, ook al zien ze zelf op dat ogenblik nog niet waartoe het dient om die kruiken te vullen.

En wat vraagt Jezus aan jullie?...

Om je hart niet af te sluiten, maar om dóór te gaan met liefhebben, en om de pijn van je gekwetste liefde of je verraden liefde of je bedrogen liefde aan Hem aan te bieden als een offer, om je man of je vrouw die je leven overhoop heeft gehaald, te vergeven tot 70 maal 7 maal, en om te geloven dat Jezus uw medewerking nodig heeft en 100-voudig vruchten zal laten dragen, voor hem, voor haar, voor jullie gezin en voor zovele andere verwonde families en huwelijksrelaties…

En als het pijn doet en moeite kost, kijk dan naar Maria, zie hoe haar liefdevolle blik op je rust, terwijl je gewoon maar doet wat Jezus zegt, zonder vragen te stellen, zonder iets anders voor te stellen, zonder bedenkingen te maken… Jezus beminnen en je door Hem làten beminnen. Zijn Liefde in je laten dóórstromen naar wie je heeft pijn gedaan… En weten dat Hij je aldus wil nodig hebben om je vreugde volkomen te maken…

En zie dan wat er in dat zinnetje tussen haakjes staat : “de tafelmeesterwist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de dienaars die het water geschept hadden, wisten het wél”…

Zie de vreugde die voor jullie is weggelegd: te mogen weten wáár de wijn vandaan komt. Die vreugde is niet weggelegd voor de tafelmeester, en ook niet voor de feestvierders en zelfs niet voor het bruiloftspaar. Ze is weggelegd voor de dienaars, tegen wie Jezus zei: Aan u is het gegeven, de geheimen van het Koninkrijk te kennen… (Mat 13,11)

We hadden het daarjuist over de vreugde van de dienaars op het bruiloftsfeest te Kana, aan wie het gegeven is de geheimen van het Koninkrijk te kennen…

Tegen hen zegt Jezus: “Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord…” (Joh 15,15)

Getuigenis

Ik moet daarbij terugdenken aan een getuigenis die 10 jaar geleden in ons tijdschrift heeft gestaan. Van Caroline die al jaren gescheiden was, en uit liefde haar man in stilte aan de voorspraak van haar oma had toevertrouwd…

De oma in de hemel en het neergestorte vliegtuig

Mijn oma is geboren op 25 mei 1902 en overleden in 1994, toen ze 92 jaar was. Toen ze 8 jaar overleden was, is er net op haar 100ste verjaardag iets heel bijzonders gebeurd, dat mij zo overweldigd heeft, dat ik het met jullie wil delen.

 Mijn man Louis en ik zijn gehuwd in 1977 en vanaf het moment dat hij en mijn oma mekaar hebben leren kennen, hebben zij voor mekaar een bijzondere vriendschap opgevat. Mijn opa heette ook Louis, maar hij was toen al lang overleden. Misschien was het de aanleiding voor hun genegenheid? Wie weet het?... Mijn oma woonde in een klein huisje vlakbij de school waar Louis lesgaf, en tijdens de middagpauze ging hij regelmatig zijn boterhammen opeten bij haar.

 Toen we gescheiden zijn in 1985, heeft mijn oma daar zelf ook erg onder geleden: zij was immers haar jonge vriend kwijt. Maar noch zij, noch ik hebben daar achteraf over gepraat: de een had schrik om de ander pijn te doen met erover te praten…

 Toen ze 90 was, was ze nog steeds in goede gezondheid. Ik had toen een mooi getuigenis gelezen over een vrouw met een gehandicapt kind. Ze had een goeie vriendin die een sterke band had met haar gehandicapte dochter. Maar die vriendin werd ongeneeslijk ziek en de moeder van het gehandicapte meisje had haar vriendin gevraagd of ze vanuit de hemel op een bijzondere manier zou willen zorgen voor haar dochter. En in haar getuigenis vertelde de moeder dat ze daar al verschillende tekens had van ontvangen. Het maakte indruk op me en ik had meteen de kracht om het tactvolle stilzwijgen tussen mijn oma en mezelf over Louis te doorbreken. Ik voelde een onweerstaanbare aandrang om aan mijn oma hetzelfde te vragen, alvorens ze op een goeie dag naar de hemel zou gaan.

 Ze was eerst wat verwonderd over mijn vraag, maar ook blij verrast en met een grote glimlach en een tintelende vreugde in haar ogen, beloofde ze om voor Louis op een bijzondere manier te zorgen als ze in de hemel zou zijn…

 Twee jaar gingen voorbij. Op de begrafenis van oma, was ik heel ontroerd en verrast dat ik achter in de kerk Louis opmerkte die in tranen was. We hadden mekaar al jaren niet meer gezien en ik wist dat hij helemaal niet meer naar de kerk ging.

 25 mei 2002: mijn oma was al 8 jaar overleden, en toch was het een heel bijzondere verjaardag! In de loop van de week die aan haar 100ste verjaardag in de hemel voorafging, moest ik voortdurend aan haar denken, alsof we de zaterdag daarop inderdaad haar bijzondere verjaardag zouden vieren.

Ik stond die bewuste zaterdagmorgen op en er was een onvoorstelbaar grote vreugde in mijn hart, heel de voormiddag, omwille van háár die 100 geleden geboren was… Een vreugde die ik uiteraard niet kon delen met mijn kinderen van 21 en 23 jaar: ze zouden me voor gek verklaren.

 Om 11 u hoorde ik op het nieuws op de radio dat er in Hong Kong een vliegtuig was neergestort en dat alle inzittenden omgekomen zijn. Ik schonk er eigenlijk geen aandacht aan. Ik wist ook niet dat mijn man op dat ogenblik ergens in het Verre Oosten zat. Om 12u30, krijgt mijn zoon een telefoontje op zijn gsm. Een paar minuten later komt hij binnen en is duidelijk onder de indruk: “Mama, het was papa vanuit de luchthaven van Hong Kong. Hij heeft daarstraks dat vliegtuig gemist dat is neergestort!” Na een vlucht van 9 uur had het vliegtuig een lange tussenstop gemaakt in Hong Kong. Maar in plaats van terug aan boord te gaan, had hij beslist om zijn reisplannen te veranderen, en om in Hong Kong te blijven. Een uur na het opstijgen, hoorden ze op de luchthaven dat het vliegtuig na 20 minuten was neergestort. Louis was natuurlijk nogal overstuur: hij dacht aan zijn buurman op de vlucht en aan alle andere gezichten die hij een uur eerder nog gezien had op de luchthaven, en hij besefte dat hem hetzelfde zou overkomen zijn, als hij niet naar dat mysterieuze stemmetje had geluisterd dat hem had ingefluisterd om niet opnieuw aan boord te gaan.

Ik was verbijsterd bij wat mijn zoon vertelde. Ik herinnerde mij meteen mijn vraag aan oma en haar belofte van zoveel jaar geleden. Mijn God, wat een wonder! Welk een geschenk van uit de hemel! Ik kon mijn vreugde niet op, het was te overweldigend.

Ik heb het heel de dag eerst zelf moeten verwerken, maar ’s avonds vroeg ik aan de kinderen, die op hun manier toch ook onder de indruk waren: “ Weten jullie nog dat oma vandaag 100 jaar zou zijn geworden?...”

En zij: “Ah?...Wat een toeval!”

Nee, dat is geen toeval: zij heeft ervoor gezorgd dat papa niet meer op dat vliegtuig zat..” “Mama, wat is dat nu voor onzin!? Wat heeft oma daar nu mee te maken?”

Weten jullie nog dat zij en papa altijd een heel goeie band hebben gehad? Wel, twee jaar vóór zij gestorven is, heb ik haar gevraagd om vanuit de hemel op een bijzondere manier voor papa te blijven zorgen en ze heeft ja gezegd. Ze heeft blijkbaar toch woord gehouden?…”

Toen ik het herlas, was ik getroffen door het bovennatuurlijk verband dat Caroline zag tussen beide gebeurtenissen en ook door de reactie van ongeloof van haar kinderen. Het was voor mij een mooie illustratie van dat zinnetje dat in het verhaal van het bruiloftsfeest te Kana tussen haakjes staat: “de tafelmeester wist niet waar die wijn vandaan kwam, maar de dienaars, wisten het wél.” “Aan hen is het immers gegeven de geheimen van het koninkrijk te kennen.”

Jeanine Gilis