Imprimer

Ik ga vandaag proberen een antwoord te geven op een heel concrete vraag die iemand me gesteld heeft in verband met dit programma, nl. hoe belééft ge die onverbreekbaarheid van het huwelijk als ge gescheiden zijt?... Het sacrament van het huwelijk bestaat dan toch niet meer?.... En achteraf dacht ik: daar kan ik misschien eens een hele uitzending aan besteden, want dat lijkt misschien inderdaad een tegenstrijdigheid.

Getuigenis

Laten we meteen een stukje getuigenis brengen van Vincent, die dit geschreven heeft nadat hij meer dan 10 jaar gescheiden was onder de titel “Een ‘ja’ is een ‘ja’”:

De genade van het sacrament, blijft ons altijd aangeboden, hoezeer we ook zijn vastgelopen en van elkaar verwijderd zijn. De bron ervan ontspringt in het Hart van Jezus, die stierf op het kruis en die verrezen is voor ieder van ons. Dat kruis, is voor mij paradoxaal genoeg, de weg van trouw die mij getoond is en waarvoor ik heb kunnen kiezen, door alle moeite en pijn te aanvaarden die die weg meebrengt en ondertussen door te gaan met mijn vrouw te beminnen, zonder mij te laten ontmoedigen. Ik kan die genade nog altijd doorgeven. Alleen Jezus stelt mij daartoe in staat. Het gaat er mij niet om kost wat kost krampachtig vast te houden aan mijn keuze om trouw aan haar te blijven. Deze weg om in waarheid te blijven, om te groeien in vergeving, word ik daar zelf niet beter van? En wordt ook mijn vrouw daar niet beter van? In het onzichtbare, bouwt de genade van ons huwelijk ons allebei dus weer op. (…)

Nu kan ik met zekerheid zeggen dat Gods Liefde ons nooit ontbreken zal. Ik geloof vast dat Hij op de dag van ons huwelijk ons “ja-“woord aanvaard en gezegend heeft. (…) Het is een geweldig geschenk dat Hij ons, na het sacrament van het doopsel óók gegeven heeft, opdat wij naar zijn beeld en gelijkenis, heilig zouden worden en mekaar zouden heiligen. Het zaad van die genade kan alleen maar groeien als ik in alle nederigheid mijn vrouw het allerbeste blijf toewensen, ondanks onze scheiding. Ja, ik geloof dat de uitwisseling van Gods Liefde tussen echtgenoten gestalte krijgt in onze volle menselijkheid als man en als vrouw die één zijn geworden door het sacrament van het huwelijk. Hoe meer ik van Christus hou, hoe meer ik mijn vrouw bemin.”

(Vincent Bigourdan op de website www.cn-da.org : “Un oui est un oui”)

Hoe komt iemand ertoe om daar met zo’n zekerheid en liefde over te getuigen? Om zijn eigen heiligingsweg toe te schrijven aan de genade van het sacrament van het huwelijk?.. Ik denk dat je daar op de eerste plaats naar op zoék moet willen gaan om die genade gaandeweg zelf te ontdekken. Daar bestaat geen boek over of geen kerkelijk document dat daarop een theoretisch antwoord geeft, er is inderdaad alleen het getuigenis van degenen die dat geloven, en het tot hun eigen vreugde, als een genade ervàren…

Over het huwelijk en al wat erbij hoort, wél: daar kan je je over informeren. Ook hier op Radio Maria zijn er programma’s, of uitzendingen van Catechese die specifiek over het christelijk huwelijk gaan, en over de genaden die aan dat sacrament verbonden zijn. En er bestaan ook praktische hulpmiddelen als bezinningsweekends of brochures om gehuwden of verloofden te helpen hun huwelijk te beleven en te laten uitgroeien zoals de Kerk het ziet. Gehuwden die hun huwelijksleven willen verdiepen, die misschien al eens een moeilijke periode doormaken, kunnen daar zeker hun voordeel mee doen. En ook jonge mensen, die ondanks alles ervoor kiezen om voor de Kerk te huwen, doen er ook zeker goed aan om zich daarin te verdiepen.

Onlangs nog, ter gelegenheid van het feest van Sint-Valentijn, heeft paus Franciscus voor de vele jonge verloofden die voor dat feest in Rome waren samengekomen een heel uitgebreid onderricht gegeven over het huwelijk en over de veeleisendheid van de onverbreekbaarheid daarvan. Hij gaf daar o.a. als raad om als christelijk gehuwden elke dag samen, niet alleen het Onze Vader te bidden zoals het er staat, maar ook uitdrukkelijk “Geef ons heden onze dagelijkse liefde”. Omdat, zo zei hij, je samen aan die duurzaamheid moet blijven werken en dat je de genade en de liefde daarvoor dagelijks moet blijven vràgen in gebed…

Maar wat doe je met zo’n mooie geestelijke richtlijnen en praktische tips, als je huwelijk al is stukgelopen en als je tegen de harde werkelijkheid van een feitelijke scheiding tegenaan loopt?... Dan lijken dat inderdaad alleen maar mooie woorden, die misschien nog goed zijn voor anderen die meer geluk hebben met hun huwelijk, maar jij zelf hebt er dan geen boodschap meer aan, denk je…, omdat ze in jouw geval te laat komen. Je kan je er dan zelfs voor afsluiten en enigszins verbitterd denken: “ik wou dat ik dat vroeger had geweten, en dat we dat óók hadden kunnen toepassen voor óns huwelijk, want nu is het voor ons te laat en nu doen die mooie woorden alleen nog maar pijn.

Een heel vanzelfsprekende menselijke reactie en dat gebeurt dan ook meestal als gelovigen geconfronteerd worden met hun eigen scheiding. Het is daarom dat ik daarjuist zei dat het geloof dat die mooie overwegingen ook voor JOU bestemd zijn – als het jezelf ook is overkomen -, een genade is die je gaandeweg moet ontdekken,en die je ook alleen maar gaandeweg kàn ontdekken… zoals het trouwens gaat met héél het Evangelie: het héle evangelie is een schat die ergens verborgen ligt, een schat waarnaar je op zoék moet gaan, maar die een grote waarde heeft voor degene die hem eindelijk gevonden heeft. Dat is trouwens wat Jezus er Zelf over zegt!...

Wie de schat vindt in de akker, ontdekt de vreugde van het Koninkrijk… Maar je moet er wel naar op zoek gaan dus, je moet die schat wel willen ontdekken en vooral de moeite doen om hem op te graven, véél moeite soms... Nergens staat dat de vreugde van het Evangelie je zomaar in de schoot geworpen wordt… Je moet tenminste mééwerken met de genade, je moet erin geloven en er beroep op doen om ze werkzaam te maken. Je moet dus met volharding op zoek gaan naar die verborgen schat in de akker, heel alleen, langs de paden van je eigen leven, in de realiteit van je eigen mislukkingen. En in geloof ervan overtuigd zijn dat hij dààr te vinden is, en niet ergens anders. Niet in de akker van het leven van een ander, bij wie het schijnbaar allemaal beter loopt, niet in de akker van mijn eigen leven, als het ànders zou zijn gelopen…

God werkt altijd in ons leven, zoals het zich aan ons voordoet, en niet zoals wij ons voorstellen dat het hàd moeten zijn of zoù moeten zijn. Want dan zouden we kunnen gaan denken dat onze kans op Gods genade verkeken is, om het zo te zeggen, of dat we de boot gemist hebben, om het anders te zeggen… Alsof we Zijn genade zouden kunnen mislópen, als we niet meer aan de voorwaarden voldoen!… Als alles fout loopt, kijken wij vaak met spijt achterom en wensen dat we de klok zouden kunnen terugzetten. En vaak bidden we dan dat God het allemaal ongedaan maakt, en dat onze man of onze vrouw terugkomt, dat er bekering en verzoening komt en dat we van voor af aan kunnen herbeginnen… Het is natuurlijk ook goéd om daarvoor te bidden, maar we mogen ons niet vastklampen aan dat vooruitzicht, alsof dat dat de noodzakelijke voorwaarde is waarop God met ons verder wil. Want dan worden we blind voor wat God ons hier en nu wil geven, precies in de gebroken situatie waarin we ons bevinden. God kijkt immers altijd vooruit, naar wat vóór ons ligt en wil altijd verder met ons, daar waar we staan in ons leven: dat is precies het werkterrein van Gods genade!...

En het is dié genade die we op het spoor moeten komen, ook al menen wij zelf dat de voorwaarden voor die genade niet meer vervuld zijn. Voor God zijn er geen belemmeringen om dóór te gaan: HIJ trekt Zijn genade nooit terug, HIJ verbindt er geen voorwaarden aan, Hij komt nooit terug op een Verbond dat Hij gesloten heeft.

Nog een getuigenisvan Marie-Claire Germain:

Waartoe dient het, het geluk elders te zoeken dan in de realiteit waarin we staan?...We geloven toch dat de Heer ons in niets zal ontbreken zoals de psalm zegt ? Als we maar trouw blijven aan Zijn Woord en als we maar in Zijn Liefde blijven?... Heel het Johannesevangelie staat er vol van. De beste roeping is die, die we gekozen hebben, omdat we ze van de Heer ontvangen hebben en ten volle aanvaard hebben samen met Hem, en waaraan we trouw blijven voor de rest van ons leven.

In elke roeping zijn er immers beproevingen en bekoringen tot uitzichtloosheid, maar ik kan ze in alle vrijheid en uit liefde aan de Heer aanbieden, want Hij kent geen berouw over zijn genadegaven. Het is aldus dat ik in de beproeving van de echtscheiding aanvaard heb om mijn leven verder te zetten, om zo te zeggen “alleen met Jezus”, geholpen door de Kerk, mijn Moeder en door de Heer Zelf die mijn Herder is en die in al mijn noden voorziet. Hij blijft mij trouw, Zijn genade zal mij nooit ontbreken… Aan Hem geef ik al mijn eenzaamheid, mijn nood aan lichamelijke liefde en tederheid, mijn affectieve kwetsuren en mijn angsten voor de toekomst. En ik zeg het steeds opnieuw: Gij zijt mijn Herder Heer, het zal mij aan niets ontbreken.” (p.57) “Hoe dikwijls heb ik al de bedenking gemaakt, dat ik deze beproeving opnieuw met beide handen zou aanvaarden, precies omdat ze mij het allerkostbaarste geschenk gegeven heeft dat er bestaat: een levend geloof, dat mij dààr gebracht heeft, waar ik uit mezelf nooit had willen gaan.” (p.11)

God laat Zich dus niet tegenhouden door onze mislukkingen, integendeel: Hij wil er een uitverkoren geschenk van maken. In het Oude Testament staan daarvan mooie voorbeelden. God heeft met Zijn uitverkoren volk een Verbond gesloten, dat Hij vaak Zelf vergelijkt met het liefdesverbond tussen een man en een vrouw. Hoe vaak wijken de Israëlieten echter niet af van dat Verbond en keren ze Jahweh de rug toe om andere goden achterna te lopen?… altijd opnieuw pikt God zelf de draad weer op, om verder te gaan met hen. God trekt Zich nooit terug uit Zijn verbond, Hij blijft Zijn volk altijd achterna lopen als een gepassioneerde minnaar die nooit opgeeft. Ook in ons huwelijk heeft God een blijvend Verbond met ons aangegaan, door het te verheffen tot de gewijde staat van sacrament. Hij was niet alleen maar getuige van ons huwelijk. Nee, Hij is zelf de Verbondspartner in ons huwelijk, in dit Verbond dat man en vrouw vrijwillig met elkaar zijn aangegaan.

Maken we even een vergelijking met het sacrament van doopsel en vormsel, die ook slechts één maal worden ontvangen: God zet dan Zijn blijvende onuitwisbare stempel in de ziel en verbindt er een genade aan, die Hij nooit meer terugtrekt of ongedaan maakt, ook niet als iemand zich bvb. laat uitschrijven uit het doopregister. Ik kan dus heel mijn verder leven beroep blijven doen op de genade van mijn doopsel, hoe lang en hoever ik misschien ook afwijk van Gods geboden en andere wegen ga… al keer ik God misschien jaren de rug toe, als het moment daar is, dat ik naar God wil terugkeren, staat Hij al op de uitkijk. Hij blijft altijd naar mij uitzien. Gods genade blijft de hele tijd stromen over onze ziel, maar het is aan ons om ze op te nemen. We kunnen ze als water over een eend laten lopen, of we kunnen ze als een spons in ons opzuigen…

In een onderricht daarover van Mgr. Léonard heb ik eens een mooie overweging daarover gehoord: “De genade van de sacramenten geeft ons geen garantie tegen de beproevingen van het leven. Zo is ookhet sacrament van het huwelijk geen omniumverzekering tegen huwelijksmoeilijkheden en zelfs niet tegen een mislukking. Je kan de genade van de sacramenten vergelijken met zaad dat in de aarde valt en dat al de mogelijkheden in zich heeft van een overvloedige oogst. Maar die oogst hangt ook af van de bodem waarin het valt, en van de mate waarin hij zon en regen krijgt en in zich opneemt. Zo ook voor de genade van de sacramenten. Als je voor de Heer gehuwd bent, en nadien samenleeft, alsof Hij niet bestaat en als je nooit samen bidt, en de genade van het sacrament van jullie huwelijk niet gaat voeden door het sacrament van de eucharistie en van de biecht, dan ga je niet automatisch vruchten dragen van liefde en trouw. De vraag is dus : “Wat doén wij met de genade van de sacramenten in ons leven?Tot hier dit citaat.

Ik zei daarstraks al dat daarvoor geen bijzondere richtlijnen bestaan. Ik heb er voor alle zekerheid de Katechismus van de Katholieke Kerk op nagekeken, maar nergens staat dat de genade van het sacrament van het huwelijk slechts geldt zolang de gehuwden bij elkaar zijn. Nergens staat dat het Verbond met God ophoudt, als de trouw niet meer van beide kanten komt, en er staat ook nergens dat God Zich terugtrekt uit de ziel van één van de echtgenoten – of van beiden -, als die trouw, door één van hen onherroepelijk geschonden wordt… Zoals er ook nergens staat dat de genade van het doopsel ophoudt als de gedoopte afwijkt van Gods wegen, of als hij zich heeft laten schrappen uit het doopregister…

Is dat niet vermetel om zover te durven gaan in het geloof?...

Of, zoals ik ook al heb gehoord: is dat geen hoogmoed?...

We hadden het daarjuist over de Katholieke Katechismus, maar ook in het Evangelie staan nergens uitzonderingen of voetnota’s met speciale voorwaarden.

Het Evangelie in heel zijn volheid en heel zijn rijkdom: dat is de akker waarin de schat ligt die voor iedereen aanvankelijk verborgen is… totdat iemand ernaar op zoek gaat, omdat hij hem wil vinden. Als Jezus tegen Tomas zegt: “Zalig zij die niet zien en toch geloven”, dan staan daar geen uitzonderingen bij. Nooit zegt Jezus wat je NIET mag geloven, en in welke gevallen zijn genade NIET geldt: integendeel, wie stoutmoedig weet aan te dringen in dat geloof, daagt zelfs Jezus Zélf uit om zijn grenzen te verleggen en om zijn genaden te vermeerderen.

Denken we maar aan het verhaal van de Kananeese vrouw uit Mat.15. Die laat zich niet uit het veld laat slaan als Jezus niet reageert op haar luide smeekbeden, omdat ze een vreemde is. Integendeel, het spoort haar juist aan om aan te dringen en niet op te geven.

Als Jezus haar even later toch te woord staat, zegt Hij dat het niet goed is om het brood voor de kinderen aan de honden te gegeven. Je moet maar lef hebben om je bij zo’n afwijzing niet uit het veld te laten slaan… je moet maar lef hebben om Jezus fijntjes te pakken op zijn eigen woorden en te durven vragen naar de “kruimeltjes die van de tafel vallen voor de honden”. Maar met welk een resultaat!... Jezus verlegt meteen de grens die Hij eerst stelde, Hij prijst haar om haar groot gelóóf, en geneest haar dochter op staande voet. En ze krijgt veel méér dan de kruimeltjes waarvoor ze had gebedeld…

Luisteren we nog eens naar Marie-Claire Germain, hoe zij in geloof het sacrament van het huwelijk beleeft na hun scheiding:

Getuigenis

Het sacrament doet ons binnengaan in het goddelijk leven, en vanaf dat moment zijn wij de kwetsbare dragers van het allerkostbaarste dat er bestaat, van een schat in aarden vaten. In de strijd, de twijfel, de bekoringen, de ontmoediging kunnen we ons overgeven aan de genade, om aldus te voorkomen, dat we zouden gaan dwalen. En ik stel nu na jaren scheiding met verbazing vast hoezeer ik leef van het sacrament van het huwelijk dat wij samen ontvangen hebben.

Ik zie het elke dag in de diepe bekering tot de Heer, die bij mij de eerste vrucht is geweest van onze scheiding; ik zie het in de kracht die de Heer mij gegeven heeft om de realiteit van de mislukking ten volle onder ogen te zien en ze als een groot geschenk te hebben aanvaard, als een fantastische kans die mijn geloof levend heeft gemaakt. Ik zie het in de manier waarop ik mezélf heb kunnen vergeven, dankzij het sacrament van de verzoening dat ik zo dikwijls heb kunnen ontvangen en dat mij de liefde heeft gegeven gaandeweg meer en meer mijn man te vergeven, omdat hij me in de steek heeft gelaten voor een ander, en aan wie ik die vergeving na 10 jaar scheiding ook heb kunnen uitspreken; ik zie het in onze kinderen, die mij dankbaar zijn om de keuze die ik heb gemaakt om alleen te blijven en om de vrede en de diepe vreugde die in mijn hart zijn. “ (p.54-55)

 

Ook hier valt de grote innerlijke vreugde op. Hier wordt duidelijk dat de genade van het huwelijkssacrament veel verder gaat dan alleen maar het gelukkig maken van de partner, ze wordt ons gegeven als een uniek hulpmiddel om onze partner en onszelf te heiligen.

Nog een getuigenis

In de loop van de jaren is de liefde voor mijn man in mijn hart getransformeerd, in zekere zin bovennatuurlijk geworden: het is onmiskenbaar Gods Liefde voor mijn man die langs mijn hart mag stromen. Dat is een lang leerproces geweest waarin ik ben moeten groeien naar een staat van voortdurende vergeving: het feit dat mijn man niet meer met mij wil praten, mij niet wil zien, zelfs niet voor het welzijn van onze kinderen... Ik ben een lange weg moeten gaan van innerlijke genezing en groeiende aanvaarding. En de Heer heeft mij gaandeweg inzicht gegeven in het mysterie van ons huwelijk. Ik herinner me dat mijn man tijdens onze huwelijksmis erg ontroerd was. Na de communie zocht hij mijn hand, hij weende en keek me heel ontroerd aan en zei: "Ik hou van je maar ik ben bang dat ik je liefde niet waard zal zijn..."

Toen ik acht jaar later onze echtscheiding onder ogen moest zien, heeft de herinnering aan dat zinnetje mij in stilte sterk beziggehouden. En nog veel later heeft iemand me gezegd dat het zelfs een mogelijk argument is om ons huwelijk te laten nietig verklaren. Tot mijn grote verbazing heeft mijn man zich meteen verzet heeft tegen een mogelijke nietigverklaring, wat zijn motivatie daarvoor ook moge geweest zijn. Ik heb dat toen uiteindelijk begrepen en aanvaard als Gods wil dat ons huwelijk onverbreekbaar is... En dankzij de communie is dat mysterieuze zinnetje van mijn man tijdens onze huwelijksviering een bron geworden van bovennatuurlijke vreugde: zeggen wij dat immers niet elke keer vóór wij zélf de Heer ontvangen in de communie: "Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt... maar spreek slechts één woord en ik zal gezond worden" “Eén woord… ” Wel ik ben erachter gekomen dat dat éne woord, dat machtig woord dat in staat is om ons te genezen, zowel mezelf als mijn man, dat dat mijn ja-woord is, het ja-woord dat ik voor hem en voor God heb uitgesproken, het enige woord dat voldoende is…Jezus Zelf heeft niet gewild dat wij zijn Liefde zouden VERDIENEN: hij gééft ze ons, gratis en voor altijd, ook al verdienen wij ze NIET!... Welk een vreugde voor mij om dit nieuwe aspect te mogen ontdekken van het sacrament van ons huwelijk, en om te ervaren welk een mooie vruchten het laat groeien in mijn hart!... Ik ben me er goed van bewust dat dit een dwaasheid is voor de wereld, maar het is een dwaasheid uit liefde!... De Liefde van God die borg staat voor de wederzijdse heiliging van de echtgenoten, zelfs na een scheiding!... Hoezeer heeft mijn man immers, zonder het zelf te weten, bijgedragen aan mijn heiliging, waarvan hijzelf ook de vruchten zal dragen!... Ik ben er dus om zo te zeggen “heilig” van overtuigd dat onze huwelijksband blijft bestaan in het onzichtbare...

 

Onzichtbaar?... Ja, al komen er af en toe toch lieve knipoogjes vanuit de hemel... Een aantal maanden geleden naderde onze dertigste huwelijksverjaardag. Het spreekt vanzelf dat die datum na meer dan 20 jaar echtscheiding al lang geschrapt is in alle kalenders in de familie, te meer daar mijn man en ik mekaar ook niet meer zien. Maar wie schetst mijn verbazing, als die avond mijn zoon mij opbelt om te zeggen dat zijn vader hem ‘s morgens aan de telefoon had gezegd dat wij die dag 30 jaar gehuwd zouden zijn!... Achteraf maakte ik me de grappige bedenking dat ik eigenlijk geluk heb: vele gehuwde vrouwen beklagen zich erover dat hun man altijd hun huwelijksverjaardag vergeet! Bij ons is het blijkbaar juist omgekeerd: mijn man lijkt alles vergeten te hebben, behalve onze huwelijksverjaardag!... En niets is de moeite waard om nog over te praten, behalve het jubileum, dat hij gemist heeft…

Ge ziet het: we kunnen nooit peilen wat er omgaat in het hart van een mens, in het onzichtbare…”

Jeanine Gilis