Wie zijn kruis niet opneemt om Mij te volgen, is Mij niet waardig…”

Jozef (O.T.) als bijbels voorbeeld van onwankelbare trouw

Ik las onlangs: “Wie het Kruis van zijn huwelijk niet opneemt, gooit het op zijn kinderen…”

Ik moest daaraan denken, toen ik twee weken geleden een film zag, die momenteel in de zalen loopt “Boyhood”, vertaald “Jongensjaren”. Een tamelijk poëtische en mooie film trouwens, die 10 jaar weergeeft vanuit de belevingswereld van een jongen tussen zijn 8 en 18 jaar, een kind van gescheiden ouders… Zoals het vaak gaat, ouders die na hun scheiding, vooral naar zichzelf op zoek zijn, en hun kinderen noodgedwongen meeslepen in hun nieuwe relaties, in steeds veranderende gezinssituaties, dikwijls met veelvuldig verhuizen en veranderen van school als gevolg. De realiteit blijkt soms ver af te staan van het romantisch ideaal van wat zo mooi “nieuw samengestelde gezinnen” heet. Een kind moet dat noodgedwongen allemaal ondergaan, en in volle puberteit alle begrip opbrengen voor zijn vader en/of moeder die vooral zichzelf achterna lopen na de ontreddering van hun echtscheiding. Het is gelukkig niet altijd even schrijnend, maar toch… “Wie het Kruis van zijn huwelijk niet opneemt, gooit het op zijn kinderen…”

Jezus en Petrus

Toevallig ging het er in het Evangelie van vorige zondag ook over (Mat 16,21-27). Als Jezus aankondigt dat Hij veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht, protesteert Petrus heftig. Er zit nochtans veel goedbedoelde barmhartigheid achter, en oprechte bekommernis voor Jezus : Petrus wil immers niet dat Jezus zal moeten lijden!... Ook binnen de Kerk wordt er vanuit pastorale hoek in toenemende mate voor gepleit om de nietigverklaringsprocedures van een huwelijk te versoepelen en zonder pijn of offer een tweede huwelijk te kunnen aangaan. De vraag is: is ook dit soort barmhartigheid niet ingegeven door dezelfde bekommernis die ook Petrus bezielde: te voorkomen dat mensen zouden lijden, te voorkomen dat ze het Kruis van hun scheiding dragen en voortaan alleen achterblijven, of afstand doen van de heilige communie als ze een neiuwe verbintenis aangaan?… Het is menselijk gezien een nobele bekommernis. Maar hoe reageert Jezus bij dat goedbedoelde protest om niet te moeten lijden?... Ik denk dat er geen andere plaats is in het Evangelie waarin Jezus iemand zo heftig terechtwijst. Hij noemt Petrus zelfs “satan” en noemt hem een aanstoot, want, zegt Jezus “Gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil…” Ook al had hij hem vlak daarvoor de sleutels van het Koninkrijk gegeven en hem aangesteld als de steenrots waarop hij Zijn Kerk zou bouwen… Geen enkele aanstelling, hoge functie of wijding vrijwaart ons blijkbaar van een zekere verblinding als het op de waarheid van het Kruis op aankomt… Dit even terzijde (met kardinaal Kasper en de bisschop van Antwerpen Mgr. Johan Bonny in het achterhoofd).

En dan nodigt Jezus zijn leerlingen uit: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.” Daar is het Jezus duidelijk om te doen: dat we het kruis dat op onze weg komt, niet uit de weg gaan, er niet voor vluchten, het niet weggooien, en zeker niet op onze kinderen - maar als het zich aandient, dat we het dragen, samen mét Hem en omwille van Hem, die ons liefheeft en al ons lijden en offer vruchtbaar wil maken… Jezus gaat verder “Want wie zijn leven wil redden, - d.w.z. wie zijn kruis niet opneemt -, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil – d.w.z. wie zichzelf verloochent en zijn kruis wél opneemt -, zal het vinden…” Jezus stelt toch een grandiose compensatie in het vooruitzicht?… Zoals Paulus het zegt “God bevordert in alles het heil van hen die Hem liefhebben” God wil alles ten goede keren, voor hen die hun kruis opnemen en Hem volgen en liefhebben”…

God denkt blijkbaar heel anders dan wij mensen: wat wij wijs noemen – nl. het kruis uit de weg gaan -, noemt Hij dwaas, en wat wij dwaas noemen en waar wij schrik voor hebben – nl. het offer en het kruis opnemen -, noemt Hij wijs. Het kruis dat zich aandient, en dat we niet uit de weg gaan, maar opnemen, is blijkbaar een unieke kans die we krijgen om ons leven vruchtbaar te laten maken dóór Hem en samen mét Hem… Omdat Hijzelf de Kruisdood helemaal is dóórgegaan.

In zijn homilie over dezelfde lezingen van vorige zondag zegt paus Franciscus: “Wij leven als christenen in een wereld, die helemaal geïntegreerd is in de sociale en culturele werkelijkheid van onze tijd en dat is in orde; maar dat houdt het gevaar in dat wij “van de wereld” worden, dat “het zout zijn smaak verliest”, zoals Jezus zou zeggen (cf Mt. 5,13), met andere woorden dat een christen “verwatert”, dat hij de functie van het nieuwe kwijtraakt die van de Heer en van de Heilige Geest komt. (…)

« Verwaterde » christenen zijn droevig om zien, zij zijn als verdunde wijn en men weet niet of zij christen zijn of werelds, zoals men van verdunde wijn niet weet of het wijn of water is! Hun zout heeft zijn smaak verloren omdat zij overgeleverd zijn aan de geest van de wereld, dat wil zeggen dat zij werelds geworden zijn.”

Paus Franciscus zegt hetzelfde met andere woorden: als Jezus ons oproept om het Kruis op te nemen, bedoelt Hij helemààl, en niet slechts een deel van dat kruis, want dan verliest het zout zijn kracht. Als Jezus ons uitnodigt het Kruis op te nemen van een moeilijk huwelijk, van een echtscheiding, dan zegt Hij dat niet om ons het leven extra moeilijk te maken… Maar integendeel opdat wij Hem de kans zouden geven “alle kruisen in ons leven ten goede te keren” Niet meteen waarschijnlijk, maar alleszinsop lange termijn… Hij alleen ziet immers het héle verhaal, Hij ziet veel verder in ons leven dan wij ooit kunnen, maar Hij belooft ons een prachtige afloop, die onze verwachtingen ver zal overtreffen… Is het dan zijn wil, dat wij ondertussen nog méér lijden onder wat ons overkomt?... Marthe Robin, een Franse heilige uit vorige eeuw zegt het zo: “Ik zie zo sterk hoezeer de Wil van God voortdurend bezig is iets goeds te maken van alles, ook van wat Hij niet gewild heeft, dat ik er stil van word en alleen maar kan aanbidden...”

Jozef

Er staat in het Bijbelboek Genesis (37-50) een prachtig verhaal dat dat illustreert. Het is de aangrijpende geschiedenis van Jozef, de 11de zoon in de reeks van de 12 zonen van Jacob. Als Jozef 17 jaar is, wordt hij door al zijn oudere broers uit jaloezie en afgunst in een put gegooid en dan als slaaf verkocht aan kooplieden. Hij komt in Egypte terecht en ondergaat vele jaren lang in alle stilte de pijn van de verwerping, van het verraad, en van vele nieuwe onrechtvaardigheden die hem overkomen. Uiteindelijk stelt Pharao hem aan als onderkoning van Egypte. Als er 2 jaar later hongersnood uitbreekt in heel de regio, komen zijn broers vanuit Gosjen te voet naar Egypte om graan te kopen voor hun familie. Na al die jaren en in zijn Egyptische vermomming herkennen ze hem niet. Wat een emoties voor Jozef!... Als hij zich na vele wederwaardigheden en na veel wijselijk wikken en wegen eindelijk bekend maakt, deinzen ze ontzet achteruit, want ze herinneren zich het vreselijk onrecht dat ze hem en hun vader hebben aangedaan. En vóór ze een woord kunnen uitbrengen, zegt Jozef uit zichzelf:

Je hoeft niet zo teneergeslagen te zijn en jezelf niet meer te verwijten dat jullie mij hierheen verkocht hebben, want God heeft mij voor jullie uitgezonden om jullie in leven te houden, om jullie voortbestaan op aarde te verzekeren en om velen het leven te redden” (Gen 45, 4-5) Bij Jozef breekt duidelijk opeens de omvang door van Gods heilsdaden. Hij had zich nooit kunnen voorstellen dat al zijn pijn en ellende ooit dààrtoe zouden leiden.

En nu staat hij daar voor zijn vervolgers en hun lot ligt in zijn handen. De angst voor de veroordeling en de wraak maakt de broers sprakeloos. En wat zegt Jozef? “Wees maar niet bang: bekleed ik soms de plaats van God? Jullie hebben kwaad tegen mij beraamd, maar God heeft het ten goede gekeerd om te bewerken wat nu is geschied: het behoud van een talrijk volk.” (Gen 50, 19-21)

We zijn hier eeuwen vóór Christus en dus heel erg lang vóór Jezus ons voorhield: “Bemin uw vijanden en bid voor wie u haten en u vervolgen.” Geen enkel verwijt, geen enkele klacht, alleen een buitensporig grote vreugde om Gods voorzienigheid die alles ten goede heeft gekeerd. Hij richt dan ook meteen een groot feestmaal aan voor heel de familie om Gods grote daden: de redding, niet alleen van zijn familie, maar van heel het volk Israël…

Deze Jozef is duidelijk een perfecte voorafbeelding van Jezus Zelf. Daar bestaan heel wat boeiende bijbelstudies over, en het zou de moeite waard zijn om ons daar ook eens wat meer in te verdiepen, want in die Bijbelverhalen zit heel erg veel geestelijk voedsel dat ons kan bemoedigen en inspireren als het ook in óns leven tegenzit en als we ons afvragen waar God blijft in óns verhaal.

Er valt dus heel erg veel over die Jozef te vertellen, maar vandaag moet ik mij noodgedwongen beperken tot een paar losse overwegingen die passen in het kader van dit programma “Het Verbond” en in de uitzending van vandaag.

Maar Jozef was toch niet gehuwd of niet gescheiden” ga je misschien opwerpen?

Dat klopt, maar het gaat in dit verhaal wél op de eerste plaats om het resultaat van de onwankelbare trouw van Jozef. Het gaat om het geloof in de God van zijn vaderen, dat hij al die jaren in stilte bewaard heeft in het veelgodendom van Egypte, het gaat om de liefde voor zijn vader en zijn broers, die hij altijd is blijven koesteren. Hij heeft nooit het visioen, de droom vergeten die hij als kind van God ontvangen had, en waar hijzelf niets van begreep. Dat zien we later ook terug bij Maria: als de engelen bij de geboorte van Jezus, of wat later de oude Simeon, zaken over haar pasgeboren Kind voorzegden, die ze niet volkomen begreep, maar waarvan ze voorvoelde dat ze profetisch waren, staat er ook telkens: “zij bewaarde alles in haar hart.” Wat betekent dat? Niet dat je het begrijpt, maar dat je er geloof aan hecht en dat je hoopt en blijft geloven dat het mysterie je ooit zal geopenbaard worden… Zo mogen ook wij op zoek gaan naar de mysteries, de woorden, de gebeurtenissen uit ons leven, die de Heilige Geest in ons hart bewaart. God heeft daar een bedoeling mee, die zich pas heel geleidelijk aan of vele jaren later kan ontvouwen.

Jozef is in zijn hart dus al die jaren trouw gebleven aan zijn droom, aan het geloof van zijn voorvaderen en aan de liefde voor zijn familie. Ondanks het feit dat ze hem verraden hebben, dat ze hem in de vergeetput hebben gegooid en uiteindelijk verkocht hebben als slaaf en ondanks hun grove laffe leugen tegen zijn geliefde vader dat hij door een wild dier verscheurd was. Letterlijk, dóód gezwegen, een goed bewaard familiegeheim, vele lange jaren… Kan het nóg erger?

Ik ken in de Franse Gemeenschap “Onze Lieve Vrouw van het Verbond”, maar ook elders nogal wat mensen, gelovige mannen en vrouwen, die door hun vrouw of man gewoon in de steek zijn gelaten, aan de kant gezet om noodgedwongen plaats te maken voor een ander, die dan de rol gaat spelen van de nieuwe mama of papa. Mensen van wie de kinderen afgenomen zijn na een sluw juridisch getouwtrek, en die onrechtvaardig tegen hen worden opgezet. Waarom? omdat ze spelbrekers zijn in de nieuwe relatie van hun ontrouwe partner, mensen die hun eigen kinderen soms al jaren niet meer gezien hebben, die dikwijls noodgedwongen moeten verhuizen en overleven met beperkte financiële middelen en die vereenzaamd achterblijven. Verraden en in de vergeetput gegooid door wie hen ooit het liefste was… Menselijkerwijs gezien begrijp ik, dat er ook (of zelfs) binnen de Kerk, steeds meer stemmen opgaan om ervoor te pleiten dat ook deze slachtoffers van ontrouw en onrechtvaardigheid een nieuwe kans moeten krijgen, omdat God toch op de eerste plaats barmhartig is? Maar met het Evangelie van vorige zondag nog vers in het geheugen en met het verhaal van Jozef in mijn achterhoofd, begrijp ik ook dat dat de taal van de wereld is, de wereld die zoekt naar snelle menselijke oplossingen en het lijden waar ze geen blijf mee weet, zo snel mogelijk ongedaan wil maken. Het is, zoals Paulus het zegt “de wijsheid van de wereld” , die de bladzijde van pijn en lijden snel wil omslaan en zonder te veel gedoe een nieuwe kans wil geven. Het is – om nog eens met Paulus te spreken “de dwaasheid van de wereld”, die het Kruis overal wil uitbannen, het is de goedbedoelde taal van Petrus, die bij de eerste lijdensvoorspelling van Jezus heftig reageert: “Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag u nooit overkomen.” Ga weg Satan, zei Jezus tegen die goedmenende Petrus, “ gij zijt Mij een aanstoot,gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.”

Bemoediging van een bisschop (Mgr. Alliet van Bayonne – Frankrijk)

Ik was twee jaar geleden begin juli met 142 mensen van de gemeenschap “Communion Notre-Dame de l’Alliance” afgekort CNDA, voor alleenstaande echtgescheidenen, op de jaarlijkse retraite in de Foyer de Charité van Tressaint in Bretagne. In de loop van die eerste week van juli wordt in de lezingen van de eucharistie elk jaar opnieuw het verhaal van Jozef voorgelezen. Op het einde van de retraite zei de predikant, Mgr. Alliet, ons het volgende in zijn slothomilie:

 

Er doen zich soms beproevingen voor in ons leven, die ons verstand te boven gaan en die ons onrechtvaardig lijken; ze overkomen ons en we voelen er ons het slachtoffer van. En blijkbaar laat God die beproevingen toe omdat Hij een veel ruimer zicht heeft op héél ons leven. God laat dat allemaal gebeuren met het oog op een veel groter goed, dat wij (nog) niet kennen… We hebben dat deze week ook gehoord bij de broodvermenigvuldiging: ook daar hebben we te maken met een voor mensen op dat ogenblik hopeloze situatie. Hoe kunnen de apostelen heel die grote massa te eten geven? En Johannes voegt er nog aan toe: "Jezus vroeg dat om hen op de proef te stellen, want Zelf wist Hij wel wat Hij ging doen"… Ja, God alleen ziet het héle plaatje, Hij alleen weet hoe Hij een kwaad in goed kan verkeren, Hij weet hoe een beproeving die mét Hem gedragen wordt, uiteindelijk een onvoorstelbaar goeie afloop zal hebben. Hij vraagt alleen dat wij daaraan meewerken door trouw te blijven en onze pijn en offer aan Hem aan te bieden.

Broers en zussen van CNDA, ik mag het genoegen en de vreugde ervaren van jullie deze week van nabij te leren kennen. Ik weet dat het engagement dat jullie op je nemen niet gemakkelijk is - jullie zijn ook niet allemaal even ver op deze weg - maar ieder van u heeft al een zeker engagement op zich genomen, alleen al door tot deze Gemeenschap te willen behoren.

Hoezeer kan dat verhaal van Jozef vruchtbare sporen nalaten in jullie leven, een inspiratie zijn en bezieling geven om vol te houden in geloof, hoop en liefde. Laat uw eigen weg verlichten door dat verhaal van Jozef en het verhaal van Jezus Zelf. Want de bron van uw trouw aan uw huwelijkssacrament, is uw trouw aan Jezus zelf. Hij zelf is de bron en de ziel van elke trouw, zonder Hem is het niet mogelijk dat een mens trouw blijft doorheen zware beproevingen.

Meer nog: jullie getuigenis is een getuigenis van Zijn trouw: doorheen jullie trouw staat de Heer ook toe dat het leven van jullie partner bewaard blijft, - het Leven met een hoofdletter, het eeuwig leven, ook al heeft die u pijn gedaan, naar de woorden van Jozef tegen zijn broers op het einde van dit verhaal: “Jullie hebben kwaad tegen mij beraamd, maar God heeft het ten goede gekeerd”,

Het is ook jullie zending: getuigenis afleggen van de trouw van de Heer Zelf voor Zijn Kerk, en dus van het Goede Nieuws van het huwelijk, door alle beproevingen heen. Het zal de harten raken, ook al weten jullie dat niet, ook als jullie de indruk hebben dat jullie niet gehoord worden, omdat jullie tegen de stroom in roeien. Alleen God Zelf kan ons die genade geven: als wij ons door Hem bemind weten en leven van die intimiteit, zal Zijn Geest ons altijd opnieuw de kracht en de Liefde geven om trouw te blijven aan Zijn Verbond met ons.

Laten we ons klein en beschikbaar maken voor wat Hij met ons wil doen. En laten we daarvoor het verhaal van Jozef voor ogen houden, die ook jaren beproevingen en bekoringen heeft ondergaan, vóór hij mocht zien waartoe zijn jarenlange trouw geleid heeft.

Jullie Gemeenschap is een duidelijke manifestatie van de H. Geest in deze tijd, die mensen steeds weer opwekt om tegen de heersende stromingen van de wereld in te gaan. Jullie hebben een plaats in de Kerk, een noodzakelijke plaats zelfs, om getuigenis af te leggen van Gods onvoorwaardelijke trouw in deze tijd.

Jeanine Gilis